U bevindt zich op: Home Aandoeningen Hepatitis B Screening in het kort

Screening in het kort

Met de screening op de infectieziekte hepatitis B wordt een eventuele besmetting van de moeder gesignaleerd. Hierdoor kan vroegtijdig actie worden ondernomen om de gevolgen van besmetting van het kind te voorkomen of te minimaliseren.

Het laboratorium screent het bloed op de aanwezigheid van HBsAg. Is het monster reactief voor HBsAg, dan verricht het laboratorium een confirmatietest. Is deze positief dan bepaalt het laboratorium in hetzelfde monster de aanwezigheid van HBeAg, anti-HBe en anti-HBc.

Het laboratorium rondt het onderzoek af met het sturen van een schriftelijke uitslag, inclusief conclusie, aan de VKZ en RIVM-DVP. Voor hepatitis B geldt een meldingsplicht (groep B2). De melding aan de GGD dient plaats te vinden als er sprake is van een infectie met het hepatitis B-virus, waarbij HBsAg is aangetoond en bevestigd. De melding is niet anoniem en dient te gebeuren door zowel de arts (verloskundige, gynaecoloog) als het laboratorium binnen 24 uur na de definitieve diagnose. Voor meer informatie zie ook www.rivm.nl/meldingsplicht.

Definitieve conclusie: de uitslag voor hepatitis B is 'positief' indien na de screeningstest op HBsAg ook de confirmatietest positief is.

De VKZ beoordeelt de uitslagen op volledigheid en afwijkingen.

Is HBsAg aanwezig, dan meldt ook de VKZ deze bevinding niet-anoniem aan de GGD (ook indien de vrouw al bekend was met een HBV-infectie), informeert de zwangere over de uitslag en de meldingsplicht en zorgt in overleg met de zwangere voor een contact met de GGD. Voor alle duidelijkheid: het eerste contact met de GGD betreft de formele melding binnen 24 uur, het tweede betreft het contact van de zwangere met een sociaal-verpleegkundige bij de GGD. Als de vrouw al bekend was met een HBV-infectie en preventieve maatregelen eerder al zijn genomen, dan zal de GGD doorgaans geen verdere actie ondernemen. De VKZ informeert ook de huisarts, die zo nodig verwijst naar een maag-, darm-, leverarts, internist of infectioloog.

De VKZ zorgt voor toediening van hepatitis B-immunoglobuline (HBIg) aan de pasgeborene binnen 2 uur na de geboorte en de eerste toediening van hepatitis B-vaccin (HB-vaccin). Het HB-vaccin wordt bij voorkeur tegelijk met HBIg, maar in ieder geval binnen 48 uur toegediend in het andere been. De vaccinatie met HB-vaccin valt formeel buiten het bevolkingsonderzoek PSIE en maakt deel uit van het RVP. Consultatiebureaumedewerkers van de JGZ verzorgen de overige vaccinaties.

Houd bij risicogroepen rekening met tussentijdse infectie van de zwangere met HBV, HIV en syfilis. Geef herhaaldelijk voorlichting en herhaal zo nodig het laboratoriumonderzoek (niet vergoed in het kader van het bevolkingsonderzoek PSIE). Geef wijzigingen in de zwangerschap en overdracht of overname van de zorgverlening door aan RIVM-DVP.

Voor meer informatie zie ook 'Aandachtspunten bij de screening op infectieziekten', deĀ LCI-richtlijn Hepatitis B, en de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen.

Zoeken:

Service