U bevindt zich op: Home Adressen en meer informatie Afkortingen en begrippen

Afkortingen en begrippen

U vindt hier een overzicht afkortingen en begrippen bij de PSIE

 

Afkortingen en begrippen

Afkorting/begrip

Betekenis

ADCC-test

Antibody  Dependent  Cell  Mediated  Cytotoxicity  test:  voorspelt  de  ernst  van  HZFP.

ALAT

Alanine aminotransferase: een enzym dat voornamelijkvoorkomt in het cytoplasma van levercellen en in geringe mate in spier-, hart- en  niercellen.  Een hoge bloedwaarde (>45 IU/l) duidt  op  leverbeschadiging.

Anti-HBc

Antistoffen  (zowel  IgM  als  IgG)  tegen  HBcAg.  Aanwezigheid  duidt  op  oude  of  recente  infectie.  Anti-HBc  zijn  niet  aanwezig  na  vaccinatie. Marker voor  ooit  doorgemaakte  hepatitis B-infectie, zegt niets over genezing

Anti-HBe

Antistoffen tegen HBeAg. Seroconversie naar anti-HBe in de behandeling van chronische dragers suggerert lage/geen virusreplicatie en besmettellijkheid

BIBO

Bijzonder Instituut voor Bloedgroepenonderzoek, Universitair Medisch Centrum Groningen. Een van de twee centrale laboratoria op het gebied van erytrocytenimmunisatie.

BRP

Basisregistratie Personen

BSN

Burgerservicenummer.

CCKL

Coordinatie Commissie ter bevordering van de Kwaliteitsbeheersing op het gebied van Laboratoriumonderzoek in de Gezondheidszorg.

CLAUS

Centraal Laboratorium Aanvraag- en Uitslagsysteem van Sanquin Diagnostiek.

CvB

Centrum voor Bevolkingsonderzoek

CVZ

College voor Zorgverzekeringen

Confirmatietest

Een (serie) testen in hetzelfde bloedmonster om de positieve uitslag van de eerste screentest te bevestigen of verwerpen

EA

Entadministraties. Deze afkorting was zowel van toepassing op de provinciale en regionale, als op de grootstedelijke entadministraties. De entadministraties zijn onderdeel van het RIVM en heten nu RIVM-DVP.

ELISA

Enzyme-Linked Immuno Sorbent Assay, een laboratoriumtest voor het meten van
macromoleculaire stoffen zoals eiwitten in bijvoorbeeld bloedmonsters. ELISA is een immunochemische bepaling gebaseerd op de specifieke binding tussen antigeen en antistof.

FMT

Foetomaternale transfusie. Bloed van het kind dat in bloedbaan van moeder komt

FTA-abs-test

Fluorescent Treponemal Antibody absorption test. Gebruikt als confirmatietest bij een positieve primaire screeningstest (TPHA) voor syfilis.

GGD

Gemeentelijke Gezondheidsdienst

HAART

Highly Active AntiRetroviral Therapy, antiretrovirale combinatietherapie bij HIV/AIDS

HBeAG

Indirecte marker voor hepatitis B-virusreplicatie en hoge besmettelijkheid

HBsAG

Hepatitis B surface-antigeen: marker besmettelijkheid

HBlg

Hepatitis B-immunoglobuline, maakt eventueel binnengedrongen hepatitis B-virus
onschadelijk. Dit wordt een passieve immunisatie genoemd, omdat het geen direct effect heeft op het immuunapparaat van het kind (zet niet actief aan tot een immuunrespons).

HB-vaccin

Hepatitis B-vaccin

HBV

Hepatitis B-virus

HIV

Humaan immunodeficientie virus

HZFP

Hemolytische ziekte van de foetus en pasgeborene

IE

Internationale Eenheden

IEA

Irregulaire erytrocytenantistoffen

JGZ

Jeugdgezondheidszorg

KNOV

Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

Lokale laboratorium

Huisarts-, ziekenhuis- of streeklaboratorium

LVE

Landelijke Vereniging van Entadministraties. Tegenwoordig RIVM-DVP

MDL-arts

Maag-, darm-, leverarts

NAW-gegevens

Naam – adres – woonplaats – gegevens

NHG

Nederlands Huisartsen Genootschap

NHS

Neonatale Hielprik Screening ofwel de ‘hielprik’ die elke baby in Nederland in de eerste week na de geboorte krijgt aangeboden. De screening levert informatie op over een aantal ernstige aandoeningen.

RIVM-CvB

Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM

RIVM-IDS

Infectieonderzoek Diagnostiek en Screening

RIVM-DVP

Dienst Vaccinvoorziening & Preventieprogramma’s

Screener

Degene die de hielprik uitvoert.

Screeningslaboratorium

Laboratorium dat het screeningsonderzoek uitvoert.

Setnummer

Uniek nummer dat voorkomt op beide delen van de hielprikset. Het setnummer bestaat uit 8 cijfers, waarbij de eerste 2 cijfers het betreffende RIVM-DVP aanduiden en de laatste 6 een volgnummer vormen.

a terme

Geboorte na een zwangerschapsduur van minimaal 36 weken en 1 dag (≥36+1)

THP

Tweede hielprik

Tijdigheid

De hielprik dient zo spoedig mogelijk na 72 uur na de geboorte te worden afgenomen. De gehoorscreening mag pas na 96 uur na de geboorte worden afgenomen. In het geval van een gecombineerde uitvoering vindt deze zo spoedig mogelijk na 96 uur maar uiterlijk binnen 168 uur plaats.

TNO

Nederlandse Organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek

Toevallige geboorte

Situatie waarin de geboorteplaats van het kind in een andere plaats c.q RIVM-DVP-regio ligt dan de woonplaats van de moeder.

Tweede hielprik

Indien bij de eerste hielprik sprake is van een dubieuze uitslag wordt een tweede hielprik verricht.

Verloskundig zorgverlener

Hieronder wordt verstaan verloskundigen, verloskundig actieve huisartsen, gynaecologen.

Vervolgonderzoek

Vervolgonderzoek bestaat uit een tweede hielprik of uit verwijzing naar een
(gespecialiseerde) kinderarts.

VKGN

Vereniging Klinische Genetica Nederland

VKS

Vereniging Volwassenen, Kinderen en Stofwisselingsziekten

VKZ

Verloskundig Zorgverlener

VSOP

Alliantie voor erfelijkheidsvraagstukken

VVAH

Vereniging van Verloskundig Actieve Huisartsen

WBO

Wet op het bevolkingsonderzoek

WBP

Wet bescherming persoonsgegevens

Wet BIG

Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg

WGBO

Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst

WKCZ

Wet klachtrecht cliënten zorgsector

ZN

Zorgverzekeraars Nederland

ZonMw

Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie

naar boven

Zoeken:

Service