U bevindt zich op: Home Over PSIE Monitoring en evaluatie

Monitoring en evaluatie

Opslag van de gegevens van het bevolkingsonderzoek PSIE in Praeventis/Praemis maakt monitoring en (proces-) evaluatie mogelijk. Periodiek worden (proces-) evaluaties uitgevoerd door derden. Voorwaarden voor gegevenslevering uit Praeventis/Praemis worden vastgelegd in een overeenkomst gegevenslevering.

Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek heeft de afgelopen jaren verschillende onderzoeken laten uitvoeren die uiteindelijk moeten bijdragen aan de optimalisatie van het bevolkingsonderzoek PSIE. De studies waren erop gericht de bestaande processen (beter) in kaart te brengen, knelpunten en mogelijke onderliggende oorzaken te signaleren en de verschillende onderdelen van het bevolkingsonderzoek te evalueren. De uitkomsten van de studies zijn besproken in de programmacommissie PSIE en op basis hiervan worden verbeteringen in het bevolkingsonderzoek doorgevoerd.

TNO Kwaliteit van Leven (TNO-KvL) heeft in 2008 in opdracht van RIVM/CvB een 'minimale gegevensset PSIE' ontwikkeld met als doel de uitvoering van het bevolkingsonderzoek te optimaliseren en goede monitoring en (effect-)evaluatie mogelijk te maken (van der Ploeg, 2010, 2e versie). Deze 'minimale gegevensset' beschrijft de gegevensverzameling, registratie en vastlegging van gegevens en beschrijft wie hierbij betrokken zijn en wie verantwoordelijk is voor de registratie.

TNO-KvL heeft sinds de invoering van het nationale programma PPS (de voorloper van PSIE) in 1998 de procesevaluaties voor de PSIE uitgevoerd, soms aangevuld met meer inhoudelijke evaluaties. Het meest recente rapport is uit 2012 (van der Ploeg, 2012).

Incidenteel worden ook andere onderzoeken uitgevoerd. Door RIVM/Cib is in 2009 een effectevaluatie van het infectieziektengedeelte van de PSIE uitgevoerd over de periode 2006-2008. Een belangrijk resultaat van de evaluatie is dat sinds de invoering van de screening op hiv in 2004 het aantal kinderen geboren in Nederland dat door moeder op kind transmissie met hiv geinfecteerd wordt significant gedaald is van 9 in het jaar 2002 naar <1 per jaar (Op de Coul, 2010).

Ook heeft TNO in opdracht van CvB in samenwerking met RCP-Zuid-West in 2009/2010 een dekkingsgraadonderzoek bij zwangeren uit de risicogroepen uitgevoerd. De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek is dat de dekkingsgraad voor de PSIE voor alle onderzochte risicogebieden samen zeer hoog is (circa 97%). Wel is er een grote variatie tussen de risicogebieden. Zwangeren uit risicogebieden worden ook vaak later in de zwangerschap gescreend (in week 15 of later) wat met name voor de behandeling van syfilis een probleem is. Hoewel de resultaten van het onderzoek boven verwachting zijn en geen aanleiding geven tot extra maatregelen is extra aandacht voor tijdige screening van vrouwen uit Oost-Europa, Turkije, Sub-Sahara Afrika en Suriname wenselijk.

Zoeken:

Service