Het beleid in een aantal bijzondere situatie rond de foetale RhD-typering en de toediening van anti-RhD-Ig wordt beschreven.

Foetale RhD-typering

Toediening anti-RhD-Ig


Wijzigingen

Wijzigingen in de zwangerschap of overdracht c.q. overname van zorg doorgeven aan RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVPDienst Vaccinvoorziening & Preventieprogramma’s . Een formulier hiervoor is te downloaden op www.rivm.nl/rivm-dvp/formulier.

Foetale RhD-typering

Geen uitslag foetale RhD-typering

Indien in week 29 (29+0 tot en met 29+6) geen uitslag foetale RhD-typering bekend is:

  • VKZVerloskundig Zorgverlener laat alsnog een foetale RhD-typering uitvoeren;
  • VKZ dient anti-RhD-Ig toe in week 30 (zwangerschapsduur vanaf week 30+0 tot uiterlijk 31+6). Let op: VKZ neemt eerst bloed af en dient pas daarna anti-RhD-Ig toe.
  • VKZ meldt aan RIVM-DVP zowel de toediening van anti-RhD-Ig als het ontbreken van de uitslag van een foetale RhD-typering.

Weigering toediening anti-RhD-Ig

Een RhD-negatieve zwangere kan afzien van toediening van anti-RhD-Ig tijdens de zwangerschap of na de bevalling. Noteer dit in het dossier van de zwangere en stuur bericht van de weigering naar RIVM-DVP met het toedieningsformulier. RIVM-DVP maakt in PraeventisLandelijk elektronisch informatiesysteem dat door RIVM-DVP (voorheen RIVM-RCP/IOD) in 2005 in gebruik is genomen voor de registratie van gegevens van PSIE, NHS en RVPRijksvaccinatieprogramma. Praemis is het bijbehorende management informatie systeem. een melding van de weigering.

Weigering foetale RhD-typering

Het komt voor dat de zwangere vrouw een foetale RhD-typering weigert omdat de vader bloedgroep RhD-negatief heeft. Informeer in dit geval de zwangere vrouw over de risico's. Het komt regelmatig voor dat iemand zich vergist in de bloedgroep. Ook kan in zeldzame gevallen (<0.5%) de RhD-bloedgroep serologisch als RhD-negatief vastgesteld zijn, terwijl op de erytrocyten wel zwakke expressie van het RhD-antigeen aanwezig is. Het kind kan dit RhD-antigeen erven van de vader en vervolgens de moeder immuniseren. 
De foetale RhD-typering is accurater dan de serologische bepaling van het RhD-antigeen, omdat de foetale RhD-typering met het celvrij DNA ook de aanwezigheid van een RhD-antigeen met een zwakke expressie correct kan vaststellen. Adviseer daarom altijd een foetale RhD-typering, maar geef aan dat de vrouw vrij is in haar keuze.

Indien bij de bevalling geen uitslag foetale RhD-typering bekend is

  • VKZ laat het lokale laboratoriumHuisarts-, ziekenhuis- of streeklaboratorium de RhD-bloedgroep van het kind bepalen in navelstrengbloed;
  • VKZ dient binnen 48 uur na de bevalling anti-RhD-Ig aan de moeder indien het kind RhD-positief is.

Toediening anti-RhD-Ig

Indicaties toediening anti-RhD-Ig:

Een RhD-negatieve zwangere krijgt alleen anti-RhD-Ig toegediend, indien zij geen anti-RhD-antistoffen gemaakt heeft.

Indicaties extra toediening anti-RhD-Ig:

Voor indicaties en doseringen voor extra toediening anti-RhD-Ig zie NVOG-richtlijn 'Erytrocytenimmunisatie en zwangerschap. Extra toedieningen, dosis, datum en reden via toedieningsformulier doorgeven aan RIVM-DVP.

Extra toediening anti-RhD-Ig bij miskraam:

VKZ dient 375 IEInternationale Eenheden toe na curettage en na een miskraam bij een zwangerschapsduur langer dan 10 weken of een CRL meting van > 33 mm. Ook bij missed abortion dient de amenorroeduur aangehouden te worden om de toediening te kunnen bepalen. VKZ meldt toediening, dosis, datum en reden aan RIVM-DVP met het toedieningsformulier. Ampullen met 375 IE zijn verkrijgbaar via de plaatselijke apotheek. Indien levering van 375 IE niet (tijdig) mogelijk is door de plaatselijke apotheek, kunt u hierover contact opnemen met de dichtstbijzijnde ziekenhuisapotheek. Bekijk de laatste informatie over tijdelijkse alternatieve producten binnden PSIE-programma.Voor indicaties en doseringen anti-RhD-Ig zie ook de "Richtlijn Erytrocytenimmunisatie en zwangerschap". Zie ook het modelprotocol 'Datering van de zwangerschap' op www.novg.nl.

Meerlingzwangerschap

Uit de foetale RhD-typering is niet op te maken hoeveel kinderen RhD-positief zijn. Bij de geboorte van een meerling met een uitslag op de foetale RhD-typering RhD-positief, bepaalt het lokale laboratorium direct de RhD-bloedgroep van de kinderen in navelstrengbloed. 
Eén kind RhD-positief: moeder krijgt één ampul 1000 IE anti-RhD-Ig toegediend. Twee kinderen RhD-positief: moeder krijgt 2 ampullen 1000 IE toegediend. Drie of meer RhD-positieve kinderen: beleid hangt af van de uitslag op de Kleihauertest. Voor indicaties en doseringen zie ook de "Richtlijn Erytrocytenimmunisatie en zwangerschap".

Levering en registratie extra anti-RhD-Ig:

Anti-RhD-Ig is niet binnen 48 uur na bevalling toegediend aan moeder:

Voor optimaal effect is de tijd tussen bevalling en toediening van anti-RhD-Ig aan de moeder maximaal 48 uur. Mocht dit onverhoopt niet mogelijk blijken, dan dient VKZ het zo spoedig mogelijk alsnog toe. VKZ overlegt bij twijfel met SanquinVoorheen CLB (Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst van het Nederlandse Rode Kruis) te Amsterdam, één van de twee centrale laboratoria op het gebied van erytrocytenimmunisatie. Diagnostiek (020 - 512 3373) of BIBOBijzonder Instituut voor Bloedgroepenonderzoek, Universitair Medisch Centrum Groningen. Een van de twee centrale laboratoria op het gebied van erytrocytenimmunisatie. (06-25649952).